Beenhouwersstraat 59
 B-1000 Brussel / Belgium
 
Tel. +32-2-513.14.86
Email : info@b-gevaar.com 
. Nieuwsarchief

B-Galerie 
Ex-Libris 
Prints 
Nieuwsbrief 
FAQ 
Karretje
Home




French English Dutch
Usagi besproken (4bis)
03/06/2002 00:38:00

Op algemeen verzoek een weergave van het totale artikel geschreven door Marcel Van Nieuwenborgh op 31 mei 2002 in De Standaard Magazine:
"Wie de Japanse Toren in Laken bezoekt, verbaast zich allicht niet over het exotisch wapentuig dat er tentoongesteld staat. Ha, samoerai -- die kennen we. Maar wie verwacht er nu een konijn in volle wapenrusting? Exotisch, maar toch ook weer niet helemaal vreemd: de Japanse samoerai prikkelen al langer de westerse fantasie. Ook menig striptekenaar heeft zich door de zeventiende-eeuwse zwaardvechters laten inspireren. Zoals de Brusselaar Michetz, en zijn Japans-Amerikaanse collega Stan Sakai, van wie beiden nu werk in de Japanse Toren te zien is. Het opmerkelijkst in Sakais strips is zijn hoofdpersonage. Anders dan bijvoorbeeld bij Michetz is dat geen mens, maar een konijn. Sakai beweert dat hij op het idee is gekomen door de lange oren van het dier, die hem sterk aan het kapsel van de traditionele samoerai deden denken. ,,Bovendien geeft zo'n konijn er iets universeels aan'', zegt de tekenaar lachend. Volgens japanologe Chantal Kozyreff, conservatrix van de Japanse Toren, spreekt het konijn de Japanners heel sterk aan omdat het dier een niet onbelangrijke rol speelt in de Japanse mythologie. In onze folklore zit er een mannetje in de maan. Japanse kinderen daarentegen zien er een konijn zitten dat rijstkoekjes aan het bakken is. Sakais figuur heeft overigens een zeer laag Nijntje-gehalte. Het is een pezig beest, dat het midden houdt tussen de nerveuze Bugs Bunny en de edele Japanse krijgers die Michetz neerzet. Beide tekenaars hangen een romantisch beeld op van de rônin , 'gevallen' samoerai die op de een of andere manier hun meester zijn kwijtgeraakt, maar krijger zijn gebleven, nu voor eigen rekening. Waarbij ze een soort erecode in acht nemen. De zwervende samoerai zijn nog het best te vergelijken met onze dolende ridders, waarvan de beroemdste wel Don Quichote is. Met dien verstande dat de Japanse samoerai een Don Quichote is die op voorhand beseft dat hij voor een verloren zaak vecht. Maar precies dat verleent pas grandeur aan de strijd. Ian Buruma heeft dat goed beschreven: ,,De giri (het plichtsbesef) van de trouwe samoerai is niet gebaseerd op logica of rede of op wie gelijk heeft of niet, maar op iets heel anders: iji o haru , wat men zou kunnen vertalen als ,volharden in een ingenomen standpunt'.'' De meester hoeft niet per se gelijk te hebben. Van belang is alleen de vasthoudende koppigheid waarmee men diens bevel uitvoert. Het is, gelet op het overdonderende succesverhaal van de naoorlogse Japanse economie, niet eens zó vreemd dat die onwankelbare onderdanigheid een tijd geleden nog als het wonderrecept voor het bedrijfsleven werd gezien. Uit het hele Atlantische blok pelgrimeerden in de jaren zeventig en tachtig massa's bedrijfsleiders naar het land van de rijzende yen, hunkerend naar de gebruiksaanwijzing bij het confucianistische model. Dat het ondertussen ook weleens verkeerd liep met die onderworpenheid ontging de beate bewonderaars van het Japanse Wirtschaftswunder . Een toestel van Japan Airlines stortte neer omdat de crew nooit had durven te melden dat de piloot al een tijdje sterk afwijkend gedrag vertoonde. Hij was nu eenmaal de gezagvoerder, en het hoort voor een ondergeschikte niet om kritiek te oefenen op de chef. Ook al zit die vaker zat dan nuchter aan de stuurknuppel. De Japanse wondermanagers werden in westerse dithyramben over de Oost-Aziatische bedrijfscultuur graag vergeleken met de samoerai. En Amerikaanse uitgevers waren pienter genoeg om daar snel een slaatje uit te slaan. Er moest toch een soort bijbel bestaan waarin al die wijsheid te boek was gesteld? Op die manier is Het boek van de vijf ringen op het nachttafeltje van managers komen te liggen. Het werk wordt toegeschreven aan de zestiende-eeuwse zwaardvechter en mysticus Miamoto Musashi. Het is De hobbit voor al wie samoerai-aspiraties koestert. De Kamasoetra voor wie geldelijke winst aan creatief vernuft wil paren. In Japan zelf zijn Musashi's avonturen het onderwerp van televisieseries en vooral stripverhalen. Het moet dan ook niet verbazen dat Stan Sakai zich rijkelijk heeft laten inspireren door de Meester van de Vijf Ringen. Over leven en werken van deze vechtersbaas staat weinig of niets historisch vast. Wat hem voor zijn volgelingen vandaag nog een stuk aantrekkelijker maakt, want je kunt er alle richtingen mee uit, als je maar de Weg van het Zwaard blijft volgen. De stripverhalen van Sakai en Michetz zouden weleens een verkeerd beeld van de historische samoerai kunnen geven. De zwaardadel bestond allerminst uit Robin Hoods die het geld van de rijken afnamen om het aan de armen te geven. Ze hadden integendeel als opdracht de sociale ongelijkheid in stand te houden. Gedurende de tweehonderd jaar dat Japan was afgesloten van de buitenwereld hield het een sociale ongelijkheid in stand die nog het best te vergelijken valt met het Indische kastesysteem. Aan de top van de machtspiramide stond de sjogoen, de militaire opperbevelhebber. Daaronder stonden de samoerai, daaronder de boeren, daaronder weer de ambachtslui en het laagst bij het stof van de straat stonden de handelaren -- de zakenlieden, jawel. De stichter van de sjogoendynastie, Tokugawa Ieyasu (1542-1616), maande de samoerai aan om de boerenbevolking onder de knoet te houden door hen uit te buiten en te terroriseren. De boeren werden gedwongen in de modder te werken en ze dienden altijd te voet te gaan. Het was hun verboden zich op een kar te verplaatsen. En de samoerai was het geoorloofd de scherpte van een nieuw zwaard te beproeven door een willekeurige passerende boer het hoofd af te hakken. Handwerkslieden en zakenmensen mochten niet zo met de boeren omspringen. Maar ook zij dienden het nodige respect voor de zwaardridders aan de dag te leggen. Het geniale van Tokugawa's Japan was dat het al vlug doorhad dat er een vijfde klasse ontbrak. Namelijk een bevolkingslaag waarop de boeren op hun beurt naar believen konden trappen. Dat werd de eta , bestaande uit de beoefenaars van de onreine beroepen, zoals bewerkers van dierenhuiden en gevangenisbewakers. Mensen die tot de eta behoorden mochten geen schoenen dragen en 's nachts hun nederzettingen niet verlaten. samoerai. Het was een periode van betrekkelijke rust, waarin er voor hun zwaardkunst geen emplooi meer was. De steden groeiden en bloeiden. Daarmee namen invloed en welvaart van de versmade klasse der handelaren toe en ontstond tussen status en rijkdom geleidelijk een merkwaardige discrepantie. De zakenlui hulden zich in zijden gewaden, terwijl de samoerai in opgelapte kimono's rondliepen, weliswaar met familie-embleem erop. Op een van zijn prenten heeft Okumura Masanobu (1686-1764), tegen het decor van de plezierwijk Edo, de verschillende klassen van de stadsbevolking afgebeeld. De kooplieden, de ambachtslieden, de paraderende courtisanes. Voor wie goed zoekt zijn er ook nog leden van de samoerai-elite te zien, herkenbaar aan de zwaarden die ze dragen. Maar ze trachten angstvallig onherkenbaar te blijven door de grote strohoeden die ze diep over hun ogen hebben getrokken. Deze prent uit 1740 brengt ons onverwacht weer terug bij het stripverhaal. Volgens de Nederlandse japanoloog Willem van Gulik beweerde deze Masanobu dat hij de perspectief had uitgevonden. Maar het is bijna zeker dat die uit het Westen is geïmporteerd. Door de Nederlanders, in de periode dat zij de enige westerlingen waren die, via hun handelspost op het eilandje Deshima, toegang hadden tot Japan. De technieken van het perspectieftekenen zouden dus weleens uit het zeventiende-eeuwse handboek van Jan Vredeman de Vries uit Leiden kunnen komen. Zoals in China in dezelfde periode de Antwerpse bijbelgravures uit het atelier van Plantijn de schilders niet loslieten. Zodat we rustig kunnen stellen dat onze Lage Landen in feite mede aan de wieg staan van het Japanse stripverhaal. Striptekeningen van samoerai in de Japanse Toren van Laken, het ligt eigenlijk voor de hand, alles welbeschouwd. Samoerai: realiteit en fantasie is nog tot 29 september te zien in de Japanse Toren, Van Praetlaan 44, 1020 Brussel."
Mooi toch?
Detectief van Zwam


.

Copyright ©2002-2009 NV Het B-Gevaar